1.
Werk ten alle tijden aan een installatie die vrij is van bedrijfsspanning. Het aanraken van elektrische spanning hoger dan 50V wisselspanning kan dodelijk zijn. Schakel groepen uit en markeer deze zodat deze niet onbedoeld door iemand anders weer ingeschakeld kunnen worden.
De grens van de netbeheerder en jouw huisinstallatie ligt na de kWh-meter, werkzaamheden mag je uitsluitend uitvoeren aan je eigen installatie.
Werk volgens de norm (NEN1010). Bij elke significante uitbereiding van de huisinstallatie moet deze weer aan de laatst geldende norm voldoen.
Enkele hoofdpunten uit deze norm:
- de installatie dient voorzien te zijn van een hoofdschakelaar
- de installatie dient voorzien te zijn van aardlekschakelaar(s), waarbij er maximaal 4 groepen achter 1 aardlekschakelaar geplaatst mogen worden.
- elke installatie automaat mag maximaal 80% continue belast worden: dit is met name relevant bij PV of EV groepen die dus langdurig belast worden.
2.
Elektriciteitsbranden ontstaan doorgaans niet door kortsluiting maar door overbelasting, d.w.z. een te hoge stroom/overgangsweerstand waardoor er een te grote warmteontwikkeling plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld optreden in een klemverbinding of ‘lasdop’. Gebruik uitsluitend materialen van goede kwaliteit en binnen de specificaties waarvoor zij geschikt zijn.
3.
De ouderwetse lasdop nog steeds een van de beste manieren om lassen te maken in de installatie vanwege zijn lage overgangsweerstand. Lasklemmen zijn makkelijker in gebruik, echter maar 1-malig te gebruiken. De vergrendelbare WAGO lasklem is daarentegen wel herbuikbaar. Bovendien kun je bij deze lasklem ook soepele draad toepassen. De draden zijn eenvoudig weer los te nemen. Nadeel van deze klemmen is dat de overgangsweerstand wat hoger is dan bij de lasdop- of klem.